Echt trots ben ik er niet op, maar het is nu toch echt voorbij. Mijn Tournée Minérale zonder bier. Zonder wijn. Cognac. Whiskey (met of zonder tussen -e). Nou ja, niet helemaal zonder, eerlijk gezegd. Bij twee verjaardagsfeestjes heb ik het glas geheven op andermans gezondheid. De ene keer was overdag, tussen het verzameld papier van boekhandel Dekker vd Vegt. Mijn eigen schuld hoor: het dienblad ging rond en voor mijn neus verdwenen de sapjes. Als ik proactiever was geweest, dan had ik een Spaatje kunnen regelen, maar in plaats daarvan wees ik het aanbod niet af. Ik nam het aan. Ik stak witte wijn in de lucht, riep Hiep Hiep! en dronk ervan.

De tweede keer was het avond. We hadden net een intensieve voorstelling met lezingen en muziek achter de rug. Ik had een schrijver Duivelse Dilemma’s voorgelegd. Hij had geantwoord met een vriendelijkheid die me de indruk gaven dat ik nog heel wat scherper had mogen zijn. We gaven elkaar een hand, hij kreeg een medaille van verdienste (niet vanwege het interview, maar om andere redenen) en we dronken rode wijn. Natuurlijk. Hoe zou je dat niet kunnen, op dat moment? Had ik moeten zeggen: nee, dank je. Ik drink liever koud water?

Gisteren mocht het dus eindelijk wel. Geen sociale druk. Geen excuus. Geen enkele reden om mezelf niet te trakteren op een blonde pater, een vloeibare boterham, een zoen van de gouden regen. Nou ja. Een pilsje dus. Uit de supermarkt want de drankhandel was dicht, al was het een koopavond. Een grote fles wijn vond ik te intimiderend, een kleine was sneu. Een pilsje dan maar. Ruik eens, vroeg ik aan de vrouw. Ze rook en trok haar neus op. Ik zette het glas aan mijn mond en deed mijn best om bewust te proeven. Te slikken. Ik dacht aan de eerste keer dat mijn vader me een biertje gaf.

Veertien jaar was ik. Een paar dagen later zou ik toetreden tot de acolieten van De Goede Herder. Hij wilde me voorbereiden. Je zult het echt niet lekker vinden, zei mijn vader. Ik vind het nog steeds niet lekker eigenlijk. Echt waar. En toen ik zo oud was als jij al helemaal niet. Weet je wat ik toen deed? Een dropje in mijn mond. Dan proefde je het bier niet zo. Probeer het maar eens.

Zo leerde ik bier drinken.