Al drie weken blaf ik. Niet veel langer maar zeker niet korter. Het begon met een kleine kuch die je nog ironisch kon duiden. Zal ik zo eens gaan koken, of doe jij dat? Kuch! Want natuurlijk was ik aan de beurt. Verschoon jij de kleine even? Kuch! Op dit punt wees alles nog op een onschuldige kriebel.

Na een paar dagen veranderde dat. De oude vertrouwde kauwgumballenfabriek in mijn keel kwam weer tot leven. Opgestart na een lange sluimer, ongeveer zoals de steenkoolmijnen van Trump. Rochel! Kauw! Vooral de eerste, productieve raspen waren heerlijk. Lange, vruchtbare expedities waren het. Uitwerpen en de kleur inspecteren, dichtvouwen en weggooien. Dit was zonder meer de meest aangename fase van mijn verkoudheid. Productief met zakdoeken.

Niet lang genoeg duurde die fase, zoals Trump nog wel zal merken. Fossiele brandstoffen hebben de toekomst niet, ze verknallen die alleen. De fabriek in mijn keel droogde op waar ik bij stond, de kuch bleef hangen. Hele nachten hield ik mijn vrouw wakker tot ze uit wanhoop dan maar naar de bank verhuisde, beneden. Overdag kon ik mijn werk doen, maar alleen dankzij eindeloze hoeveelheden dropjes, die vooral laxerend werkten. Dat heb ik gemerkt ook. Drie weken lang probeerde ik mijn hoest in te houden, tot ik het gisteren eindelijk helemaal zat was. Uitgeput van gebroken nachten, verkrampt van mijn nek tot mijn voorhoofd.

Ik belde naar de huisartsenpost, waar een volmaakt rustige assistent mijn klachten uitvroeg en toch maar voorstelde dat ik me even liet controleren door een echte arts. In opleiding, maar toch. Echt. Hij constateerde 37,6 graden en schone longen. Niets kon hij voor me betekenen. Ja, dat vond hij zelf ook frustrerend. En ja, de eenentwintigste eeuw was ook volgens hem wel aangebroken, maar tegen een verkoudheid hebben we nog altijd geen medicijn. Hij wilde me nog geen pilletje codeïne geven. Terecht, natuurlijk. Waarom zou je iets voorschrijven wat het lijden kan verzachten, als de wetenschap heeft aangetoond dat het helemaal niet werkt?

Thuisgekomen rolde ik al om acht uur in bed en heb ik tot vier uur in de nacht geslapen. Twee paracetamols later sliep ik door tot acht uur. Ik sta eindelijk op het punt van genezen, geloof ik.