O nee, dit is een prima wijk hoor. Ik kan me niet herinneren hoe lang het is geleden dat er iemand heeft ingebroken. Niet hier in de straat tenminste. Echt. Veilig hier. De buurman wist het zeker. Maar ik kon ’s avond beter maar wel de metalen poort van de steeg achter me dichttrekken. Je wist maar nooit. Zo ging het gesprek, terwijl hij onkruid uit zijn tuintje plukte en ik voorbij liep met mijn jongste in de draagzak, mijn oudste aan mijn wijsvinger.

 

Ik stond op het punt om hem te herinneren aan die mislukte poging met Kerst, toen iemand het raampje van de uitbouw naar binnen had gedrukt. Ook het klapraam van de woonkamer vertoonde sporen van een schroevendraaier, net zoals het luchtrooster, groot genoeg voor een kleine aap. Zo stelde ik me ze voor, die twee inbrekers: een man met een grote platte schroevendraaier en een klein aapje. Een orgelman, op zoek naar kleingeld. Als hij een kruiskop had meegenomen, dan waren ze vast wel binnengekomen. Nu kwamen we met de schrik vrij.

 

Maar dat was alweer tien jaar geleden. En ook al steken ze vlak om de hoek auto’s in brand, al raakt het riool in de steeg regelmatig verstopt doordat iemand er oud frietvet in uitgiet, en al noemt de nieuwe website van Interpolis het risico op inbraak in ons postcodegebied hoog, zo voelt het niet. Mijn buurman heeft gelijk. We trekken de deur dicht en we staan zorgeloos op straat, op weg naar een speeltuin of een super.

 

Wel even de sleutel omdraaien tegen het flipperen. We moeten het de orgelman niet te gemakkelijk maken.

%d bloggers liken dit: