Andrea Camilleri lag zomaar in een klein boekhandeltje op het vliegveld van Catania. Niet  op een stapeltje of in een mand met afgeprezen werk, maar tussen de bestsellers. Met stip op 1 zelfs. Ik zag het liggen en ondanks de wat infantiele cover besloot ik het mee te nemen. Ik had nog een paar euro’s over en de vakantie was voorbij. Misschien zou ik zo iets van die mooie dagen kunnen vasthouden. Mijn verwachtingen waren hooggespannen.

Ambitieus als ik ben had ik gekozen voor de originele taal. Ik herinnerde me nog voldoende uit de studietijd in Rome, had ik ontdekt, voldoende om me vloeiend verstaanbaar te maken. Meer nog, ik had met mijn verbale charme voor elkaar gekregen dat we mochten meeëten bij de eigenaar van een van de B&B’s die we bezochten. Heerlijke pizza met ansjovis. Gebakken in een pan met olie. Echt lekker. Als mijn Italiaans zo goed was, dan moest een bestseller ook wel lukken, dacht ik.

In het vliegtuig wist ik al dat ik me had vergist. Dit was geen Italiaans maar gebrabbel. Siciliaans dialect fonetisch neergepend. Bij Vabbeni kon ik me wel iets voorstellen, maar Addisidirati un cafè? spiò Fazio werd al lastiger. Op het eiland gebruiken ze woorden als cchiunenti, niscemo en Birtì. O wacht, dat is een voornaam. Als er geen behulpzame Italiaan naast me had gezeten voor een vertaling in het Engels, was ik nooit door de eerste bladzijden gekomen.

Hij kende Nederland ook nog, die Giuseppe S. Had er geholpen met de aanleg van telefoonmasten voor Vodafone of een van die andere telecomgiganten, een technicus op weg naar een voormalig oostblokland voor dezelfde klus. De tijd van zijn leven had hij dus bij ons gehad. In Rotterdam en prachtig Leiden. Nooit zo fijn samengewerkt. Het was er zo schoon. En de mensen? Onverstaanbaar maar zó vriendelijk.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

Je bent met succes aangemeld!

Share This